|
Vleeseters hebben lange scherpe hoektanden met daarachter een rijtje puntige kiezen. De driehoekige kiezen worden niet zo snel los gevonden. Ze zitten vaak nog vast in een kaakdeel. Dat komt omdat de kiezen grote wortels hebben waarmee ze stevig in de kaak zijn verankerd. Om zo'n vondst te determineren kijk je naar de grotere scheurkiezen: die zijn het meest kenmerkend. De andere kleinere kiezen zijn gereduceerd en voor een leek niet te determineren. Ontbreekt de scheurkies, dan is de vondst mogelijk nog te determineren aan de vorm van het kaakdeel (bijvoorbeeld het kaakgewricht), maar dat valt buiten deze sleutel. |
|
Scheurkiezen
Scheurkiezen vind je zowel in de boven- als in de onderkaak. Ze zijn een slag groter dan de naastliggende kiezen. De boven- en onderkaaksscheurkiezen werken samen als scharen en knippen het vlees in stukken. Dit zogenaamde scheurkiezencomplex bestaat altijd uit de vierde premolaar in de bovenkaak en de eerste molaar in de onderkaak.
|
|
Vondsten in Nederland
De meeste puntige kiezen die in ons land worden gevonden zijn van honden en katten. Je vindt ze terug in deze determinatiesleutel. Het determineren van kiezen van marterachtigen, zoals de hermelijn, de boommarter, de fret en de bunzing, is te specialistisch. Die blijven hier buiten beschouwing.
terug naar determinatie puntige kiezen