printen     versturen    

Afrikaanse bijenkever bedreigt Europese honingbijen

Tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse Entomologische Vereniging op 6 november 2004 heeft hoofd collecties en onderzoek van Naturalis en keverdeskundige Jan Krikken alarm geslagen over een mogelijke plaag van de Afrikaanse bijenkever. Het voor de bijenteelt zeer schadelijke dier heeft recent in Portugal zijn intrede gedaan op het Europese continent. Eerder heeft de kever in de Verenigde Staten, Canada en Australië al grote schade aangericht.

 

Bron: Entomologische Vereniging van Frankrijk


Hoe schadelijk is de Afrikaanse bijenkever?

De wetenschappelijke naam van de kever is Aethina tumida, in het Engels "small hive beetle"genoemd. De volwassen kever ziet er op het eerste gezicht uit als een zwart lieveheersbeestje met brede, afgeplatte pootjes. De kevers die de bijenkasten binnenkomen leggen eieren waar ze maar kunnen, vooral in kieren en raten. De keverlarven doen zich te goed aan honing, stuifmeel en bijenbroed, en wat erger is: ze brengen via hun uitwerpselen schimmelsporen in de honingraten. De schimmel die zich daaruit ontwikkelt maakt de honing voor de bijen onbruikbaar als voedsel; ook voor menselijke consumptie wordt de honing dan onbruikbaar. Gevolg: het bijenvolk sterft en de imker ziet zijn honingopbrengst drastisch dalen.


De Afrikaanse bijenkever rukt op

Bijenhouders buiten Afrika zijn al enige jaren op hun hoede vanwege de verspreiding van deze voor Europese honingbijen uiterst schadelijke kever vanuit zijn oorspronkelijke leefgebied Afrika (ten zuiden van de Sahara) naar andere werelddelen. Europa bleef tot nog toe gespaard. Vòòr 1998 was de kever slechts een onbelangrijke plaag voor de imkerij in zuidelijk Afrika. In 1998 werd hij in Florida ontdekt en inmiddels heeft hij zich over alle oostelijke staten van de VS verspreid. De kever veroorzaakt daar in de bijenhouderij een schade van vele miljoenen dollars. Men vermoedt dat hij per schip is geïmporteerd. In 2000 is de soort in Egypte aangetroffen, in 2002 in oostelijk Australië en in Canada. En wat gevreesd werd is waarheid geworden: in september 2004 werd de eerste vondst van de Afrikaanse bijenkever in Europa gedaan, in Portugal, waar hij met een zending bijenkoninginnen vanuit de VS werd ingevoerd.


Afrikaanse bijen verdedigen zich beter

In Afrika is de bijenkever een onbelangrijke plaag gebleven, omdat het ras van de honingbij dat daar gehouden wordt veel beter dan het Europese ras (dat meestal ook in de VS, Australië en elders gehouden wordt) in staat is de kevers buiten de bijenkasten te houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld doordat de wachters aan de vliegopening de kevers beter tegenhouden, de Afrikaanse bijen kieren in de kast veel grondiger afdichten met stopwas die ze zelf afscheiden of  de kevereieren beter verwijderen.


Hoe kunnen Europese imkers hun bijen beschermen?

Het onderzoek naar de bestrijding van de Afrikaanse bijenkever staat nog in de kinderschoenen. Op ongenuanceerde wijze bestrijdingsmiddelen toepassen kan niet. Men zoekt onder meer naar zwakke plekken in de voortplantingscyclus van de kever, zoals het bemoeilijken van het zoekgedrag van de volwassen kevers, het bemoeilijken van de toegang tot de kasten en het wegvangen en doden van de larven die uit de kasten komen om in de bodem te verpoppen. Ook wordt onderzocht of er speciale vallen ontwikkeld kunnen worden en of men de bodemeigenschappen onder en rondom de kasten kan beïnvloeden. De imkers wordt ook dringend geadviseerd de opslag van honing en raten, en van de imkers-uitrusting zelf, uiterst zorgvuldig en hygiënisch te doen, omdat de kevers zich ook daarin kunnen voortplanten.

Vooralsnog is het advies aan iedere imker: goed opletten, vermijd onnodige importen en iedere vondst of verdenking onmiddellijk melden aan de imkerij-instanties.