| objectnummer | 360-1700 |
| objectnaam | doek, adinkra-kleed |
| datering | voor 1825 |
| materiaal | katoen ; boombast verfstof (badié) ; geweven ; handbedrukt, gestempeld ; beschilderd |
| afmetingen | L 271 cm ; B 212 cm |
| verwerving | 1883 AFRIK aankoop |
| geografische herkomst | Ghana |
| culturele herkomst | |
Deze doek is een van de twee oudst bekende textielen die met de zogeheten adinkra-techniek bedrukt en beschilderd zijn. De doek is in 1825 vanuit het fort St. George d'Elmina aan de Goudkust opgestuurd naar het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in Den Haag. Dit gebeurde in opdracht van de toenmalige 'Kommandeur ad interim van de Nederlandse bezittingen ter Kuste van Guinee', majoor F. Last. Waarschijnlijk heeft hij de doek speciaal laten maken voor koning Willem I. Dat verklaart waarom het Nederlandse Rijkswapen in het midden is afgebeeld. De overige motieven zijn gebruikelijk in oudere adinkra's.
|
|
Detail met het Nederlandse Rijkswapen |
Adinkra-doeken worden van katoen geweven. Met rechte lijnen wordt de doek in vlakken verdeeld. Vervolgens worden de motieven erop gedrukt met uit kalebas gesneden stempeltjes. De zwarte verf wordt door koken uit de bast van een boom verkregen, onder toevoeging van een ijzerhoudend pigment. Veel van de motieven worden op grond van hun benaming in verband gebracht met alledaagse gebruiksvoorwerpen, zoals een kam of een ladder. Vaak hebben ze een symbolische betekenis. Adinkra-doeken worden vooral gedragen bij begrafenissen, maar ook, afhankelijk van de grondkleur van het weefsel, bij feestelijke gelegenheden (wit) of als dagelijkse dracht.