printen     versturen    

A.A. Gerbrands - De taal der dingen

De taal der dingen

Van 1947 tot 1966 was Dr. Adriaan Gerbrands (1917-1997) aan het Rijksmuseum voor Volkenkunde verbonden, aanvankelijk als wetenschappelijk assistent, later als conservator en adjunct-directeur. Gerbrands, antropoloog én museumman, was de eerste die de individualiteit van de kunstenaar uit Nieuw-Guinea aantoonde met zijn studie van acht Asmat-houtsnijders; daarmee gaf hij 'primitieve' kunst een individueel gezicht. De basis voor deze zienswijze legde hij in 1956 met zijn proefschrift Kunst als cultuurelement, in het bijzonder in Neger-Afrika.

Directeur Locher van het Rijksmuseum voor Volkenkunde belastte Gerbrands met het opzetten van een etnografische filmotheek. In de jaren 1960-1961 verrichtte Gerbrands veldonderzoek onder de Asmat van Zuidwest Nieuw-Guinea, waarbij hij de film Matjemosh (de naam van een houtsnijder) maakte. Ook publiceerde Gerbrands het boek Wow-ipits. Eight Asmat Woodcarvers of New Guinea. Zowel het boek als de film werden in antropologische kringen beroemd.

A.A. Gerbrands tijdens veldwerk bij de Asmat in Zuidwest-Nieuw Guinea in 1961

In 1966 aanvaardde Gerbrands het ambt van hoogleraar in de culturele antropologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. In zijn inaugurele rede De taal der dingen legde hij uit hoe voorwerpen een visuele betekenis kunnen hebben die verwijst naar verschillende aspecten van een cultuur. Gerbrands wees op de grote waarde van inheemse deskundigen die 'tolk' kunnen zijn voor de taal der dingen. Hij ontwikkelde een nieuwe studierichting, etno-communicatie, over de wijze waarop mensen met elkaar communiceren via non-verbale tekens.

In de periode 1967-1978 verrichtte hij, in samenwerking met de Britse antropoloog professor Philip Dark, diverse malen onderzoek bij de Kilenge in West Nieuw-Brittannië (Papua New Guinea). Een centraal onderdeel hierbij was de studie van de nausang-figuur, een machtig bovennatuurlijk wezen dat in de vorm van een gemaskerde figuur optreedt en waarvan de kop in allerlei soorten houtsnijwerk wordt uitgebeeld. Tevens besteedde hij bij de Kilenge aandacht aan de individualiteit van de houtsnijder. Een belangrijk resultaat van dit veldwerk is een aantal films, met name over het maken en optreden van verschillende soorten maskers. Bovendien leverde het voor het museum een collectie van ruim driehonderd voorwerpen op.

A.A. Gerbrands tijdens veldwerk bij de Kilenge in West Nieuw-Brittannië in 1967

Het museum heeft nu door Gerbrands verzamelde collecties van de Asmat (Zuidwest Nieuw-Guinea), de Kilenge (West Nieuw-Brittannië) en uit het Sepikgebied (Papua New Guinea). De totale collectie Gerbrands in het Rijksmuseum voor Volkenkunde omvat ruim negenhonderd voorwerpen, vierduizend zwart-wit foto's, tienduizend kleurendia's, zeven documentaire films, en diverse video- en geluidsbanden met interviews.

Enkele voorwerpen die door Gerbrands verzameld zijn:

voorstevenversiering voorouderbeeld trom beeld van echtpaar vijzel