In Egypte werden ook wel gestucte houten plankjes als schrijfmateriaal gebruikt. Dit is een brief waarin een transporteur zich vrijpleit van de verdenking van diefstal van graan. De schriftsoort is zeldzaam: een slordig, cursief hiëratisch, bijna stenografisch, dat 'abnormaal hiëratisch' wordt genoemd. Het ontstond onder de Soedanese farao's (8ste-7de eeuw v.Chr.). Deze verkoopakte van een slaaf is ook in dat 'abnormaal hiëratisch' gesteld en gedateerd onder de Soedanese vorst Py. Het latere demotische schrift is ontstaan in Neder-Egypte, waar verzet rees tegen deze zuidelijke overheersers.
26ste dynastie (ca. 675-550 v.Chr.), herk. onb., h. 32,5 cm
Wanneer papyrus te duur was en ostraka van steen of aardewerk te armoedig, was er nog een tussenweg. Die bestond uit het gebruik van schrijfplankjes van hout, meestal overtrokken met linnen met daarover een laagje witte stuc. Door het fijnverdeelde stuclaagje waren de plankjes eenvoudig afwasbaar en geschikt voor hergebruik, zonder dat er inkt achterbleef in de poriën van de schriftdrager zoals dat bij papyrus het geval was. Ze werden daarom veelal gebruikt door scholieren, net zoals de leitjes die in het verleden op Europese scholen in zwang waren. Maar ook konden schrijfplanken door beroepsschrijvers worden meegenomen naar hun werk in magazijnen of op de velden. In tegenstelling tot een papyrus hoefden ze niet speciaal ondersteund te worden maar konden ze staand of desnoods zelfs lopend worden gebruikt voor het maken van snelle notities.
Zo dragen de bewaard gebleven schrijfplanken meestal schoolteksten of inventarislijsten, afrekeningen en ontwerpen voor notariële akten. Het hier afgebeelde exemplaar is echter beschreven met een brief. Kennelijk is het plankje als zodanig verstuurd door de schrijver naar een superieur. De brief luidt als volgt:
Pleidooi van Ioefenchons dat bestemd is voor de godsvader Reri, de zoon van Horcheb, mijn heer. Ik zend mijn heer dit pleidooi. Moge Uw toestand uitstekend zijn! Zie, ik bid voor U tot Amon, Moet, Chonsoe, Montoe, Maät en alle goden van Thebe: moge U leven, moge U gezond zijn, moge U een hoge leeftijd krijgen, moge U een grote en goede ouderdom bereiken, moge U de gunst en liefde gegeven worden van de farao (hij leve, zij welvarend en gezond), moge U voorspoed gegeven worden door zijn toedoen. Ik zend mijn heer dit pleidooi. Moge Amon maken dat hij leeft! Wat is er toch gebeurd dat ik niets te weten kom over de stad Elephantine? Doet de persoon die in afwezigheid van mijn heer de stad Elephantine controleert er het zwijgen toe? Schijf hem dan! Zowaar als Amon leeft, wiens verschijning U heeft gezien: zowaar als Hathor leeft, wiens eeuwige geheimenis U hebt gezien: zowaar als de farao leeft, die al Uw daden succesvol maakt: U moet mannen naar mij in Thebe laten komen om Uw opdrachten buiten Thebe te controleren, namelijk in de twee steden. Waarlijk, er is niet één opdracht om de twee steden instructie te geven! Uwe Genade weet wat er is gebeurd!
Is er soms één ding dat nog geleverd moet worden aan het paleis van de farao (hij leve, zij welvarend en gezond)? Zijn er dan mensen die zijn graf niet hebben gezien, of die zijn paleis niet hebben gezien? Moge Amon maken dat hij leeft! Ik heb het U weer laten brengen, namelijk een open document dat zoals altijd 825 maten tarwe bedraagt: de afdracht van Dendera zoals die maandelijks wordt vastgesteld en daarnaast de memoranda die voor U zijn opgesteld. Als ik U over de afdracht van de stad Elephantine schrijf zal Uwe Genade daarover boos zijn tegen mij. Wat moet ik doen inzake Elephantine? Want zie, als zij de tarwe voor Elephantine naar Thebe komen brengen, moet U hun aandacht vestigen op de stad Elephantine (moge Amon maken dat het leeft)! Dat moet U doen, namelijk de aandacht richten op het tarwetransport naar Elephantine!
U weet dat de beide afdrachten compleet zijn, zodat Uw positie bij de farao (hij leve, zij welvarend en gezond) voorspoedig is. Er is niet één zak onder de duizend zakken die behoren aan de tempel, waarvan U weet dat ik erover schrijf: Laat Uwe Genade zich daar niet druk over maken! Ik heb niets voor iemand die 150 zakken verlangt, zelfs niets ter wereld! Moet ik het U laten weten? Wat mij betreft, ik heb geen tarwe buiten Thebe. Moet ik U soms de afrekeningen laten brengen en de documenten betreffende Dendera? (...)
De briefschrijver was kennelijk verantwoordelijk voor de Opper-Egyptische landerijen van een niet nader genoemde tempel. Zelf verbleef hij in Thebe, maar de twee steden Elephantine en Dendera vielen ook onder zijn gezag. Hij rapporteert hier aan een priester van de tempel over problemen met tarwetransporten. Terwijl de afdracht uit Dendera reeds is geleverd, ontbreekt ieder nieuws uit Elephantine. Onze briefschrijver was er mogelijk van beschuldigd hier vuile spelletjes te spelen. Verontwaardigd betuigt hij dat hij geen graan heeft achtergehouden en dat hij zonder extra mensen niets kan uitrichten.
De brief eindigt met een opsomming van 19 'man van de taakgroep Dendera' en een afrekening van hun salarissen, in de eerste overstromingsmaand van een 'jaar 14'. Op welke koning dit regeringsjaar betrekking heeft, wordt helaas niet vermeld. Schattingen lopen uiteen van farao Taharka (690-664 v.Chr.) tot Amasis (570-526 v.Chr.). Het schrijfplankje vertoont namelijk een zeer specifieke schriftsoort die alleen in deze periode van ruwweg anderhalve eeuw in gebruik was. Al tijdens het Nieuwe Rijk kwam er naast het sierlijke hiëratisch voor literaire composities en officiële teksten (zoals bij deze papyrus en de recto van deze) een veel cursiever variant tot ontwikkeling voor administratief werk ( zoals bij de verso van deze papyrus). Tijdens de 2lste en 22ste dynastie zijn enkele afrekeningen, namenlijsten en kadasterregisters al in een vrijwel onleesbaar handschrift geschreven. Veel gebruikte tekens werden sterk verkort tot een soort stenografische notities. Het eind van veel woorden bestaat vaak louter uit een serie puntjes en streepjes, die de plaats innemen van de vroeger keurig gekalligrafeerde determinatieven. We noemen dit schrift 'abnormaal hiëratisch'.
25ste dynastie (ca. 712-657 v.Chr.), h. 23 cm
Het abnormaal hiëratisch kwam tot volle wasdom onder de 25ste dynastie (712-657 v.Chr.), toen Egypte door een Soedanees koningsgeslacht werd bestuurd. Het werd veel gebruikt voor allerlei akten en contrakten betreffende huwelijken, leen, verkoop of schenking, maar alleen in Opper-Egypte. Totaal zijn er maar zo'n vijftig teksten in dit zeldzame schrift bekend.
In Leiden bevindt zich ook nog een abnormaal-hiëratische verkoopakte van een slaaf. Deze dateert uit jaar 21 van de Soedanese vorst Py, de veroveraar die het in enkele kleine vorstendommetjes verdeelde Egypte onder de voet liep. De slaaf in kwestie wordt aangeduid als 'de man uit het Noorden' en was waarschijnlijk dus een krijgsgevangene van een der veldtochten in de Nijldelta. Neder-Egypte bleef een haard van verzet tegen de Soedanezen. Dat eigen karakter blijkt ook uit het feit dat hier in deze periode een heel nieuw schrift voor dagelijkse doeleinden werd ontwikkeld: het demotisch. Uit het verzet tegen de Soedanezen kwam de 26ste dynastie voort. Zo verbreidde het demotisch zich in het kielzog van de bevrijding van het zuiden om rond 530 v.Chr. het abnormaal hiëratisch geheel te overvleugelen.
Rijksmuseum van Oudheden